Tijdzones

De zonnetijd is hetzelfde voor plaatsen met dezelfde geografische lengte op de aarde. Oftewel: plaatsen die precies even oostelijk of westelijk liggen. Dat betekent dat iedere lengtegraad zijn eigen zonnetijd heeft. Hoe oostelijker op de aarde, hoe eerder de zon in het zuiden staat en hoe later het is. En omdat er 24 uren te verdelen zijn over 360 graden, is het verschil 1 uur per 15 graden verschil in geografische lengte.

Tot in de negentiende eeuw had elke stad nog een eigen tijd. Daardoor liep de tijd in Den Haag ongeveer drie minuten achter op die in Utrecht. Dat was nooit een probleem, totdat er treinen gingen rijden. Voor een spoorboekje is het wel handig als overal dezelfde tijd wordt gebruikt. De Nederlandse Spoorwegen gebruikten daarom vanaf 1866 voor de treintijden de Amsterdamse Tijd.

Vanaf 1884 is de aardbol opgedeeld in 24 tijdzones, die allemaal ongeveer even breed zijn. Daarbij is het uitgangspunt de meridiaan van Greenwich in Engeland. Die noemen we ook wel de nulmeridiaan. Op het moment dat daar de zon in het zuiden staat, is het 12 uur volgens de ‘Greenwich Mean Time’ (GMT). Omdat in Nederland de zon maar 20 minuten eerder in het zuiden staat dan in Engeland, zou Nederland in de tijdzone van de GMT thuishoren. Maar in 1908 besloot Nederland dat het de Amsterdams Tijd zou blijven gebruiken. In het begin van de 20e eeuw liepen de klokken in Nederland dus 20 minuten voor op die in Engeland en was het bij ons 40 minuten vroeger dan in onze buurlanden. Pas bij de inval van de Duitsers aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werd Nederland in een tijdzone ingedeeld. Dat was natuurlijk die van Duitsland, de zone van de Midden-Europese Tijd. Sindsdien hebben we dezelfde tijd als de andere landen in West-Europa (behalve Engeland).

© 2019 Sonnenborgh - museum & sterrenwacht
//